Jeugdsentiment (3): De knorrige wekker

Kabouter Puntmuts met zijn knorrige wekker
Kabouter Puntmuts met zijn knorrige wekker

In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw genoten de Margriet Zomer- en Winterboeken van uitgeverij Geïllustreerde Pers grote populariteit onder de jeugd. Deze bundels met verhalen, strips, raadsels en puzzels vormden een gewilde tijdsbesteding tijdens de lange zomer- en kerstvakantie. Het Winterboek van 1960, samengesteld door Tom Hulsebosch, bevatte onder meer de verhaaltjes “De knorrige wekker van Kaboutertje Puntmuts” en “Nog een hapje, Leontientje”. Ze ademen de bevoogdende geest van die tijd.

Kabouter Puntmuts repareert zijn klokken

In “De knorrige wekker van Kaboutertje Puntmuts” maakten de lezertjes kennis met Opa Puntmuts, een kabouter, die alleen in het bos woonde. Hij had “zes klokken en een wekker in zijn kleine kamertje”, die “allemaal vrienden van de kabouter waren. Heel dikke en heel goede vrienden.” Zo valt te lezen over Bom-Bom, de grote staande klok, Bim, de Friese klok met de koperen gewichten, Mas, de vriendelijke koekoeksklok, Biebie, de sierlijke pendule en Bam, de schoorsteenklok met het mooie speelwerk en Hoepla, die op de plek van de slinger een stoeltje had hangen, “dat zonder ophouden op en neer danste, en waarop een grappig kaboutertje zat te lachen”. “Maar eigenlijk hield Puntmuts nog het meest van Rinkel Wekker.”

leontientje 1

Op een kwade ochtend vertikt de knorrige wekker af te gaan, omdat Puntmuts hem “nu al drie dagen achtereen te stijf opgewonden” had. Ook als de kabouter de wekker heen en weer schudt en met een penseeltje wat olie op de radertjes in Rinkels buik smeert, weigert de wekker verder te lopen. Daarop zet hij de wekker voor de deur in de ijzige kou. De volgende ochtend gaat Rinkel met veel kabaal af. “Zo, zo, zo, zei Opa Puntmuts glimlachend, toen hij de wekker op zijn oude plaatsje in het gezellige kamertje had gezet. “Ben je nu weer helemaal beter?” Rinkel gaf geen antwoord. Hij bloosde een beetje toen Opa hem vriendelijk toeknikte.”

Een boze staande klok aan Leontietjes bed

Een boze staande klok aan Leontientjes bed

Het verhaaltje “Nog een hapje, Leontientje” is een ander voorbeeld van het principe “boontje komt om z’n loontje”. Het meisje Leontientje vertoont problemen met het leeg eten van haar bordje pap. “Nog één schepje voor de klok,” zei moeder. ’s Nachts komt de staande klok spoken. “Omdat jij altijd je bordje maar half leeg eet,” zei opa. ‘En dan zegt je moeder: “Nu nog één lepeltje voor de klok hé? Dat lepeltje eet je dan dikwijls niet meer leeg. En dan moet ik het opeten. Dat doe ik niet meer, verstaan? Ik eet eens per jaar vijf druppeltjes olie. Daar smeer ik de radertjes in mijn buik mee. Maar als ik steeds die lepeltjes pap moet eten, verstop ik van binnen. Dan ga ik dood.” Uiteraard betert ook Leontientje haar gedrag en krijgen de lezertjes de verzekering: “De volgende morgen at ze het bordje pap helemaal leeg”.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *