Innovatie: het Goud van de Zaan

Iedereen weet dat de windmolen aan het begin van de 17e eeuw werd geperfectioneerd door de Zaanse molenbouwers. Niet zo bekend is dat deze vindingrijke vaklui ook aan de wieg stonden van een heel nieuw type klok, dat een eeuw lang evenveel succes had als de molens. De Zaanse klok. Innovatie: het Goud van de Zaan.

In Museum Zaanse Tijd op de Zaanse Schans is vanouds veel te zien over dit bijzondere stuk Zaanse geschiedenis. Nu wordt dit nog veel meer. Het museum heeft er onlangs zes bijzondere antieke Zaanse klokken en 20 Zaanse klokken uit grootmoeders tijd bijgekregen.

 

Vanaf het einde van de 16e eeuw ontstond in de Zaanstreek een veelzijdige industrie. Een industrie gebaseerd op windkracht, die zich kon ontwikkelen dankzij het sociaal verweven ondernemerschap van de streek, de nabijheid van Amsterdam en goede verbindingen over water.

 

 

 

De basis voor deze industrie werd in 1592 gelegd door een belangrijke uitvinding, de toepassing van de krukas in de windmolen. Deze maakte het mogelijk om machinaal planken te zagen. De windzaagmolen is niet in de Zaanstreek uitgevonden, maar daar meteen toegepast en in een proces van sociale innovatie verbeterd en tot een succesvolle machine gemaakt. Dit legde de basis voor een bredere technische en industriële ontwikkeling. In de Zaanstreek begon de Gouden Eeuw.

De honderden windmolens langs de Zaan vormden een uniek fenomeen, ook vanuit internationaal perspectief. De Zaanstreek was een enorm industriegebied en een belangrijke motor van de Hollandse economie in de Gouden Eeuw.Windmolens zijn productiemachines. Productiemachines grijpen fysiek in de natuur in, in tegenstelling tot informatiemachines, zoals klokken en planetaria.

 

 

 

 

Verrassend genoeg liep Holland ook op het punt van informatiemachines voorop. In 1656 vond Christiaan Huygens het slingeruurwerk uit. Een uitvinding met verstrekkende gevolgen voor bijna alles wat de mens doet. Kort daarna, rond 1660, begint de Zaanse molenaarszoon en klokkenmaker Cornelis Volger in Wormerveer slingerklokken voor huiselijk gebruik te maken. Dit type klok wordt binnen een groep Zaanse ondernemers doorontwikkeld tot een simpel uurwerk, dat relatief goedkoop in grotere aantallen gemaakt kan worden. Een nieuw succesvol exportartikel, de Zaanse klok, wordt geboren. Door de lagere prijs wordt het bezit van een klok voor veel meer mensen haalbaar.

Met het grote succes van het Zaanse uurwerk kreeg het Zaans industriegebied een belangrijke fijnmechanische component. Opnieuw een ontwikkeling die mede te danken was aan de sociale innovatie in de Zaanstreek. Het breder gespreide bezit van uurwerken vormde tevens het begin van de verbreiding van het moderne begrip van de tijd onder de bevolking.

 

Volger stond aan het begin van de industriële productie van klokken. Bijna drie eeuwen later, rond 1960, is deze op zijn hoogtepunt. De Zaanse klok begint aan een nieuw leven.

Museum Zaanse Tijd heeft nu in zijn collectie ruim een dozijn antieke Zaanse klokken, van heel vroege tot heel late exemplaren. De helft van deze klokken is recent in de collectie opgenomen. Voor het eerst is het nu mogelijk de hele geschiedenis van deze bedrijfstak in de Zaanstreek zichtbaar te maken. Daarnaast is de collectie uitgebreid met twintig Zaanse klokken uit de 20e eeuw.

 

Voor het museum was dit aanleiding voor de tentoonstelling “Zaanse Meesters”, die vanaf oktober 2018 te zien zal zijn. In de tentoonstelling wordt de historie van de Zaanse klok in de context van de economische geschiedenis van de Zaanstreek onderzocht, geduid en gepresenteerd. De presentatie in de authentieke Zaanse ondernemerswoning die het museum in gebruik heeft is essentieel voor dit verhaal.

Met de titel “Zaanse Meesters” wordt gerefereerd aan de Gouden Eeuw, het tijdperk waarin deze ontwikkelingen speelden. Maar het woord “Meester” is ook echt toepasselijk op de hoofdrolspelers in het verhaal van de Zaanse klok.

Onze eerste meester, Cornelis Volger, kwam – kennelijk – na een gedegen opleiding aan in Wormerveer. Zijn torenklokken en stoelklokken deden in niets onder voor die van de gildemeesters uit de stad. Om zijn kunde te onderstrepen schiep hij in 1678 een unieke gecompliceerde klok, die zowel bij het lopen als bij het slaan wordt aangedreven door zijn eigen gewicht.

Tegelijk ontwikkelde hij met zijn neef Dirck en hun dorpsgenoot Jan Coogies de simpele Zaanse klok. Streekgenoten en collega’s als Dirk Engel in Westzaan en Cornelis van Rossen in Koog aan de Zaan gingen de goedkope uurwerken produceren. Zij en anderen voerden ze uit naar Amsterdam en Alkmaar.

Zij allen waren mensen, die op een persoonlijke wijze in de tentoonstelling naar voren gebracht zullen worden.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *