Het slingeruurwerk van Christiaan Huygens

 

Over de uitvinding van de klok doen veel fabeltjes de ronde. Ook hebben de halve waarheden dikwijls een hoog klok-en-klepel-gehalte. Een veelgehoorde misvatting is dat de slinger van een uurwerk wordt verward met de klepel van een klok. De laatste dient om de bel of torenklok mee te luiden. Terwijl de eerste dient om het uurwerk op tijd te laten lopen. Ook over de uitvinder van dit principe heerst nogal eens verwarring: Was het nu Christiaan Huygens of Constantijn Huygens? Of toch Jan Huygen van Linschoten in zijn ton? In het Museum van het Nederlandse Uurwerk valt veel aan de weet te komen over het slingeruurwerk en zijn uitvinder. Ook zijn hier een aantal van de aller-vroegste voorbeelden in het echt te bekijken

     
 

 

 

Bankbiljet van 25 gulden [De Nederlandsche Bank, 1955. Ontwerp: Eppo Doeve]

De uitvinding van het slingeruurwerk vormt een van de vensters uit de Nationale Canon. In 1955 bracht de Nederlandse Bank een bankbiljet van 25 gulden in omloop waar de uitvinder op staat afgebeeld. Het was de wetenschapper Christiaan Huygens, de geniale tweede zoon van de diplomaat Constantijn Huygens, die het slingeruurwerk in 1656 uitdokterde. Als astronoom was hij vertrouwd met de werking van de slinger als teller. Zijn Italiaanse voorganger Galileo Galilei had de wetmatigheid van de constante slingerbeweging vastgesteld. Huygens maakte hiervan gebruik om het mechanische uurwerk stukken nauwkeuriger te laten lopen. Daarmee kwamen meteen de minuten en seconden in zwang. De oudere uurwerken hadden een waag of een balanswiel als gangregelaar. Daarmee liepen uurwerken makkelijk een kwartier uit de maat.

Voor zijn astronomische observaties benodigde Huygens een tijdmeetinstrument dat heel wat betrouwbaarder was. De eerste experimenten met het slingeruurwerk deed Huygens bij het torenuurwerk in Scheveningen. Zijn eerste wetenschappelijke publicatie verscheen in 1658 onder de titel “Horologium”. Al snel ontstond er internationale vraag naar deze nieuwe precisietijdmeter. Als vaste klokkenmaker deed Huygens een beroep op Salomon Coster. Deze kundige meester-uurwerkmaker was afkomstig uit Haarlem, maar was voor Huygens werkzaam in Den Haag. De eerste slingerklokken voor privé gebruik staan daarom bekend als Haagse klokken. Dr. Reinier Plomp schreef er in 1979 een Engelstalig standaardwerk over. De themapresentatie “De IIIIe Dimensie” besteedt terecht aandacht aan deze grootste Nederlandse uitvinder en zijn grote doorbraak voor de tijdmeting.

1 antwoord
  1. drs. A.G.A.M. Draisma
    drs. A.G.A.M. Draisma says:

    Dat Huygens zijn slingeruurwerk in Scheveningen heeft uitgetest wordt vaker beweerd, maar ik heb nog geen bronnen uit de tijd gevonden.
    In 1657 vraagt Huygens octrooi aan bij de Staten van Holland en beschikt hij dus over een werkend exemplaar, mogelijk gebaseerd op een uurwerk uit 1656 van Thuret. (http://www.antique-horology.org/Thuret/huygensthureteng.htm)
    In december 1657 schrijft Huygens aan Boulliau dat er binnenkort een slinger komt in Scheveningen met een lengte van 21 voet (x 0,314 = 6,59 m) en een gewicht van 40-50 pond. (http://www.archive.org/stream/christianhuygens029504mbp#page/n17/mode/2up )
    In 1658 heeft Coster een slinger aangebracht in Scheveningen en op 23 januari schrijft Huygens eigenhandig dat het werk op Scheveningen nu aan de gang is en dat hij erover denkt om het de volgende dag te gaan bijstellen (vermelding in J.H. van Swinden, Verhandeling over den uitvinder der slinger-uurwerken). Op 29 juli maakt Huygens een tekening van de kerk. Eerder dan 1658 kan ik niets vinden over Scheveningen.
    Kortom: ik ben op zoek naar een bron waaruit blijkt dat er al eerder een slinger in Scheveningen was.

    Beantwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *