Tentoonstelling: Nu elck syn sin: De Zaanse klok

In 2001 vierde het Museum van het Nederlandse Uurwerk het 25-jarig bestaan met een expositie over de Zaanse klok. Het museum opende in 1976 zijn deuren onder de naam Zaans Uurwerkenmuseum. Deze naamgeving verwees in eerste instantie naar de locatie waar het museum nog altijd gevestigd is: Een herbouwde bedrijfswoning op de Zaanse Schans. Hoewel de collectie een divers overzicht biedt van de volledige Nederlandse uurwerkproductie, nemen de Zaanse klokken een speciale plaats in. De jubileumtentoonstelling was getiteld “Nu elk syn sin” naar de spreuk op het belhek van menige antieke Zaanse klok tot en met de in grote hoeveelheden gefabriceerde stijlklokken.

Zaanse klok door K.Mz. Volger (MNU)

De Zaanse klokkenproductie kende een grote bloei tussen 1680 en 1730. Daarmee behoorde dit type stoelklok tot de vroegste toepassingen van het slingeruurwerk op regionaal niveau. Het klokkenmakerambacht stond in de Zaanstreek in de traditie van de vervaardiging van torenuurwerken, zoals de karakteristieke gevorkte spaken (zie eerder artikel op deze blog). Auteurs J. Zeeman en J.L. Sellink wijdden al een hoofdstuk in hun veelvuldig geraadpleegde standaardwerken over deze Hollandse stoelklok.

Tot de vroegst bekende makers behoren Kornelis Michielsz. Volger (1678) en W.D. Visser (1688). Als topstuk op de jubileumexpositie werd de zaagklok op dubbele heugel door K.Mz. Volger gepresenteerd. Tot de meest productieve makers behoren Jan Koogies en Cornelis van Rossen.

Strippenuurwerk door Cornelis van Rossen (part. collectie)

Zaanse klokken kennen een tamelijk robuste bouw, uitgevoerd in messing en ijzer. Er zijn uurwerken opgebouwd uit strippen en (al dan niet getorste) hoekstijlen, maar ook uurwerken geconstrueerd tussen een grond- en bovenplaat. Als ontsnapping kennen de uurwerken zonder uitzondering de horizontale spillengang, waarbij de slinger beweegt tussen een uitsparing van de zware wandplank. Deze plank heeft vaak een sierlijk uitgezaagde omtrek. Maar er zijn ook wandplanken met een rechthoekige vorm, eindigend in een taps toelopende tuit. Deze ontlenen hun benaming “op schoolbord” aan houten schooltassen, bestaande uit een kistje met een handvat en een schuifdeksel. Vroege Zaanse klokken zijn vaak gefineerd met kostbaar ebben of palissanderhout. Later ging men meer over tot het lakken van het eikenhout.

Zaanse klok door Dirk Jacob Volger (Gude Klokken)

De Zaanse klokken met verzilverde messing cijferring op een met fluweel bekleedde wijzerplaat zijn vaak gesigneerd op de cijferring. Ook komen er signaturen voor d.m.v. slagstempels op een strip van het uurwerk. Ongesigneerde klokken met een eenvoudige beschildering staan onterecht te boek als armeluisklokken. De gewichten van een Zaanse klok hangen aan een koord en zijn dikwijls peervormig. De messing belhekken tonen in veel gevallen de Christelijke deugden Geloof, hoop en liefde. Terwijl de belhekken aan de zijkanten vaak de wapens van Amsterdam en Alkmaar voeren met de welbekende spreuk “Nu elck syn sin”. Naar alle waarschijnlijkheid duidt dit devies op de vrijheid van godsdienst en ondernemerschap, die in de Zaanstreek onder doopsgezinden werd uitgeoefend.

Kitsch of Kunst? Conservator Pier van Leeuwen tussen twee Zaanse stijlkokken, door locale kunstenaars voorzien van een artistieke make-over (2001)

De vermelde standaardwerken door J. Zeeman (De Nederlandse stoelklok, 1969) en J.L. Sellink (Dutch antique domestic clocks, 1973) zijn antiquarisch leverbaar via de bookshop van het museum.